De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
het geven van een schriftelijke waarschuwing bij gedragingen van de eerste categorie.
40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.