Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 9

Het dagelijks bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant

1.. Aan het dagelijks bestuur behoren alle bevoegdheden behalve de volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur: het besluiten over toetreding, uittreding, wijziging en opheffing, zoals bedoeld in hoofdstuk 7; het vaststellen van de jaarrekening en het vaststellen en/of wijzigen van de begroting en de basistaken; het besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. 2.. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig vindt of tenminste drie leden van het dagelijks bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, waarna de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt. 3.. De artikelen 56 en 58 van de Gemeentewet over de werkwijze bij en het stemmen tijdens de vergaderingen zijn van overeenkomstige toepassing. Elk lid heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem. 4.. De stemming in het dagelijks bestuur geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of één van de leden verzoekt om schriftelijke stemming. 5.. Het dagelijks bestuur kan zijn bevoegdheden binnen nadere voorwaarden mandateren aan de directie en houdt daarop toezicht. Een organisatieverordening beschrijft de relatie tussen het dagelijks bestuur en de directie.

Rechtspraak bij dit artikel