Dit artikel heeft geen nadere toelichting of nadere regelgeving nodig.
Bijlage 1 Richtlijn gebruikelijke hulp
Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die
in staat kan
worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt
verstaan:
een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een
bewuste
keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt.
Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende
ouders. Of
er sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie
beoordeeld.
Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en
zelfstandige
huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten
nutsvoorzieningen,
voordeur e.d. door elkaar lopen.
Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de
huisgenoot. Tot 18
jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren,
bijvoorbeeld door hun
eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten,
zoals het
doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz.
Bij gebruikelijke zorg wordt (vanaf 18 jaar) uitgegaan van de mogelijkheid
om naast een
volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke
afwezigheid
van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de
niet-uitstelbare
taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk
gaat het
veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen
(regelmatig
geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan
ondanks de
gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden.
Bijlage 2 Regisserend vermogen
Gezien de filosofie van de Wmo is het van belang om éérst in kaart te
brengen wat de ondersteuningsbehoefte en de specifieke situatie van de
burger is, voordat er wordt gesproken over oplossingen. Een onderdeel van de
specifieke situatie van de burger is of de burger zelfredzaam is of kan
zijn. Om dit (weer) te kunnen zal er sprake moeten zijn van een bepaalde
mate van regisserend vermogen. Als er sprake is van regisserend vermogen,
wat moet de cliënt en/of zijn omgeving dan kunnen?
Uitgangspunten hierbij zijn:
Als gesproken wordt over cliënt, dan wordt bedoeld het
cliëntsysteem. Dit is cliënt en zijn omgeving; hiertoe behoren het
(sociale) netwerk: partner, kinderen (in- of uitwonend), vrienden,
buren, maar bijv. ook hulpverleners vanuit andere sectoren.
De te bereiken resultaten van de cliënt zijn: een schoon en leefbaar
huis en/of beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
en/of beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en/of
het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
behoren.
Het gaat uitsluitend om de activiteiten die de cliënt in zijn eigen
omgeving niet geregeld krijgt (of die niet voor hem geregeld kunnen
worden) om bovenstaande resultaten te bereiken.
De hulpvraag kan zowel kortdurend als langdurend zijn
Ten aanzien van de vraag of een cliënt onder de Wmo of Jeugdwet
valt, zijn de beperkingen en participatieproblemen van de cliënt
leidend en niet het feit of er sprake is van regisserend
vermogen
Bij de inschatting of er sprake is van (voldoende) regisserend
vermogen, hoeft de cliënt niet over alle vaardigheden (evenveel) te
kunnen beschikken.
Bijlage 3 Trekkingsrecht SVB
1. Verantwoordingsvrij bedrag
Hanteert de gemeente een verantwoordingsvrij bedrag? X Ja ☐ Nee
Toelichting (o.a. hoogte van verantwoordingsvrij bedrag):
…€ 250,--……………………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………………………………
2. Reiskosten
Mogen deze reiskosten uit het PGB betaald worden? ☐ Ja X Nee
Toelichting:
Een werkgever mag aan zijn/haar werknemer een reiskostenvergoeding
uitbetalen. Wanneer deze vergoeding voldoet aan de door de Belastingdienst
gestelde regels dan hoeft de werknemer hier geen belasting over te
betalen.
3. Eenmalige uitkering bij einde PGB
Is de betaling van een eenmalige uitkering uit het PGB toegestaan?
☐ Ja X Nee
Toelichting:
De zorgovereenkomst eindigt direct als de budgethouder overlijdt of als de
gemeente beslist dat er het recht op PGB eindigt. In deze situaties is het
niet altijd mogelijk om de overeenkomst van te voren op te zeggen. Er geldt
dan geen opzegtermijn.
In deze situatie kan de budgethouder (of zijn/haar erven) ons vragen om de
zorgverlener een éénmalige uitkering van maximaal één maandloon te betalen.
Voorwaarde is dat er voldoende budget beschikbaar is.
4. Feestdagenuitkering
Mag het PGB worden gebruikt om deze feestdagenuitkering te betalen?
☐ Ja X Nee
Toelichting:
Budgethouders kunnen eenmaal per kalenderjaar een feestdagenuitkering (van
maximaal € 272,-) aan de zorgverlener uitbetalen.
5. Bemiddelingskosten
Mogen bemiddelingskosten uit het PGB betaald worden? ☐ Ja X Nee
Toelichting:
Budgethouders maken soms gebruik van de diensten van een
bemiddelingskantoor. Voor de diensten van deze bemiddelaar worden kosten
berekend: bemiddelingskosten.
6. Salarisadministratie bij opting-in
Mogen budgethouders kiezen voor opting in in combinatie met Trekkingsrecht?
X Ja ☐ Nee
Toelichting:
Heeft een budgethouder een arbeidsovereenkomst met zijn zorgverlener voor
maximaal drie dagen per week? Of is er een overeenkomst met een freelancer,
partner of familielid? Dan is de budgethouder niet verplicht om belasting en
premies op het loon in te houden.
Budgethouder en zorgverlener kunnen samen kiezen voor opting in: wij houden
elke maand de loonheffingen in op het loon. Hiermee wordt voorkomen dat de
zorgverlener deze bedragen na afloop van het jaar zelf moet afdragen.
De kosten voor het gebruik van de salarisadministratie (€ 27,50 per
loonstrook) brengen wij in rekening bij uw gemeente.
7. Administratiekosten
Mogen de administratiekosten uit het PGB betaald worden? X Ja ☐ Nee
Toelichting:
Zorgaanbieders kunnen administratiekosten rekenen, bijvoorbeeld wanneer er
niet via automatische incasso wordt betaald.