Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Resultaten van ondersteuning zorg en jeugdhulp

Onderdeel van Inhoudsopgave

De individuele voorziening die het college biedt, levert een passende bijdrage aan de in de verordening omschreven resultaten. In de beschikking wordt dit gemotiveerd. De resultaten De Wmo 2015 geeft in artikel 1.1.1 begripsbepalingen, de resultaten van de ondersteuning en zorg. Onder het begrip ‘maatwerkvoorziening’ worden deze resultaten als volgt omschreven: Ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen. Ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen. Ten behoeve van beschermd wonen en opvang. De Jeugdwet bepaalt in artikel 2.3 dat het college voorzieningen treft waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld: gezond en veilig op te groeien; te groeien naar zelfstandigheid, en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, Waarbij rekening wordt gehouden met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Het begrip zelfredzaamheid is in de Wmo als volgt gedefinieerd: In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Artikel 1.2.1 Wmo geeft een nadere invulling en inkadering van de doelgroep. Afwegingsinstrumenten Artikel 1.2.1 van de Wmo geeft de ‘volgorde’ van ondersteuning helder weer (Wmo-filosofie). Deze volgorde komt tot uitdrukking in onderstaande afbeelding. De eigen kracht staat hierin altijd centraal. Alle beoordelingen van aanvragen voor individuele voorzieningen worden volgens dit kader benaderd. In de beschikking (dan wel met verwijzing naar het ondersteuningsplan) wordt hiervan een beschrijving gegeven. 1. Mensen zorgen voor zichzelf, eigen sociaal netwerk gebruiken. 2. Mensen zorgen voor elkaar, mantelzorg, verenigingsleven, algemene voorzieningen. 3. Collectieve voorzieningen, alleen waar nodig. 4. Professionele inzet van de overheid als achtervang en sluitstuk. Het geheel van activiteiten en diensten op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zien we als het maatwerkarrangement. Handvaten Richtlijn gebruikelijke hulp (zie bijlage 1) Wettelijke definitie: ‘hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouder, inwonende kinderen of andere huisgenoten.’ De gemeenten hanteren een richtlijn, waarin is omschreven wat wordt verstaan onder ‘algemeen aanvaarde opvatting’ op het gebied van huishoudelijke taken. Richtlijn regisserend vermogen (zie bijlage 2) De gemeenten hanteren een richtlijn als hulpmiddel om te bepalen wanneer er wel of geen sprake is van regisserend vermogen. Deze wordt met name toegepast bij hulp bij het huishouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel