Naar hoofdinhoud

Artikel 1.6.

Subsidie vrijwilligerswerk

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie gemeente Arnhem 2015

Paragraaf 1.1. ‘Algemene regels voor subsidies’ is van toepassing op de subsidie vrijwilligerswerk voor zover daar in deze paragraaf niet uitdrukkelijk van afgeweken wordt. Aanvraag subsidieverlening Bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegt de subsidieontvanger: • naam, adres en woonplaats van de aanvrager; Indien de aanvrager voor de kosten voortvloeiend uit het project een andere subsidie ontvangt, dan wel deze heeft aangevraagd of die kosten op een andere wijze kan verminderen, stelt de aanvrager het college hiervan bij de subsidieaanvraag op de hoogte. Subsidievaststelling Binnen een maand na afloop van ieder kwartaal legt de subsidieontvanger verantwoording af over het aantal uur dat per vrijwilliger vrijwilligerswerk is verricht. Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden, dan wel nadere informatie worden overgelegd. Hiervan wordt mededeling gedaan in het besluit tot subsidieverlening. Het college stelt de subsidie jaarlijks binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie werd verleend ambtshalve vast. Het college stelt de definitieve subsidie vast op basis van het aantal uur dat door de vrijwilliger vrijwilligerswerk is verricht. Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt per vrijwilliger per maand € 47,50 met een maximum van € 382,- per kalenderjaar. Betaling van de subsidie / voorschot De subsidie wordt per kwartaal bij wijze van voorschot uitbetaald. 1.7. Tijdelijke bijverdienbeloning voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2025 Paragraaf 1.1. ‘Algemene regels voor subsidies’ is niet van toepassing op de bijverdienbeloning. Duur De bijverdienbeloning wordt verstrekt voor de duur van maximaal twee jaar, ingaande op 1 juli 2023. Hoogte Bijverdienbeloning Participatiewet De hoogte van de bijverdienbeloning wordt telkens berekend over het voorafgaande tijdvak van zes maanden. Daarbij wordt uitgegaan van het bijverdiende inkomen exclusief vakantietoeslag. De bijverdienbeloning bestaat per tijdvak uit twee delen (deel 1 en 2) en de hoogte wordt als volgt opgebouwd: Deel 1: deel 1 bedraagt € 100 voor iedere maand dat in het tijdvak € 50,- of meer is bijverdiend; of deel 1 bedraagt € 600,- indien in het tijdvak € 300,- of meer in totaal is bijverdiend. Deel 2: Deel 2 bedraagt € 600,- indien in het tijdvak € 1.200,- of meer in totaal is bijverdiend. In alle andere gevallen bedraagt deel 2 € 0,-. Het totaal van de bijverdienbeloning wordt berekend door deel 1 en 2 bij elkaar op te tellen. Er kan in totaal per tijdvak van zes maanden dus maximaal een bijverdienbeloning van € 1.200,- betaald worden. Hoogte Bijverdienbeloning IOAW en IOAZ De hoogte van de bijverdienbeloning wordt telkens berekend over het voorafgaande tijdvak van 12 maanden. Daarbij wordt uitgegaan van het bijverdiende inkomen exclusief vakantietoeslag. De bijverdienbeloning bestaat per tijdvak uit twee delen (deel 1 en 2) en de hoogte wordt als volgt opgebouwd: Deel 1: deel 1 bedraagt € 100 voor iedere maand dat in het tijdvak € 50,- of meer is bijverdiend; of deel 1 bedraagt € 1.200,- indien in het tijdvak € 600,- of meer in totaal is bijverdiend. Deel 2: Deel 2 bedraagt € 1.200,- indien in het tijdvak € 2.400,- of meer in totaal is bijverdiend. In alle andere gevallen bedraagt deel 2 € 0,-. Het totaal van de bijverdienbeloning wordt berekend door deel 1 en 2 bij elkaar op te tellen. Er kan in totaal per tijdvak van 12 maanden dus maximaal een bijverdienbeloning van € 2.400,- betaald worden. Rekening houden met vrijlatingen en premies Als in een tijdvak ook de aanvullende inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders of de structurele inkomstenvrijlating in verband met een medische urenbeperking of loonkostensubsidie wordt toegepast, wordt deze in mindering gebracht op de hoogte van de bijverdienbeloning. Het totaal van de premie participatieplaats / werkervaringsplaats (zie paragraaf 1.3.) en de bijverdienbeloning bedraagt in een jaar niet meer dan het bedrag, genoemd in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder j, van de Participatiewet. Indien dat het geval zou zijn, wordt de hoogte van de bijverdienbeloning naar beneden bijgesteld. Betaling van de bijverdienbeloning De bijverdienbeloning voor iemand die een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangt, wordt twee keer per jaar uitbetaald, te weten in maart en september. Beginnend in maart 2024. De bijverdienbeloning voor iemand die een uitkering op grond van de IOAW /IOAZ ontvangt, wordt één keer per jaar uitbetaald, te weten in september 2024 en september 2025.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel