Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Artikel 1.

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen; de wet: de Participatiewet; - alleenstaande: de ongehuwde met of zonder ten laste komende kinderen die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft en bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwantin de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; gehuwden: gehuwden als bedoeld in artikel 3 van de wet; bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, sub c, van de wet; referteperiode: als ingezetene van Nederland een periode van 3 kalenderjaren onmiddellijk voorafgaand aan het jaar van de aanvraag; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen als “de referteperiode”, waarbij een bijstandsuitkering, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht opindividuele inkomenstoeslag als inkomen wordt gezien; vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet op de aanvraagdatum; individuele inkomenstoeslag: toeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet; minimumloon: het bruto minimumloon als bedoeld in artikel 8, lid 1, sub a, van de Wet minimumloon enen minimumvakantiebijslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel