De werkgever willigt een verzoek tot deelname in, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Er is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang indien toekenning van de aanvraag leidt tot problemen:
van financiële of organisatorische aard;
wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk;
omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting geen ruimte biedt;
voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren;
op het gebied van veiligheid;
van roostertechnische aard.
Toepassing van deze regeling dient te passen binnen de (fiscale) wet- en regelgeving.
De werkgever bepaalt of een aanvraag in overeenstemming is met de gestelde voorwaarden zoals opgenomen in het vorige lid en in artikel 4 lid 1 van deze regeling.
Na ondertekening door de werkgever heeft het formulier het karakter van een overeenkomst.