Kortdurend verblijf omvat het logeren in een andere omgeving dan het eigen woonadres gepaard gaande met begeleiding voor een inwoner, indien de inwoner aangewezen is op (tijdelijk) toezicht.
Als voorwaarde geldt dat deze voorziening wordt ingezet ter ontlasting van de persoon die gebruikelijke hulp of mantelzorg aan de inwoner biedt. Toezicht is gericht op:
Het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar of complicaties bij een ziekte; en/of
Het verlenen van ondersteuning op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de verzekerde zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; en/of
Het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar).
In de instelling waar de cliënt kortdurend verblijft, wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is, moet hiervoor apart een indicatie op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden geïndiceerd. Behandeling behoort niet tot kortdurend verblijf.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.6
Artikel 18
Kortdurend verblijf
Onderdeel van Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Gennep