Naar hoofdinhoud

Artikel 2.40

Kiezen briefadres en mededeling doen van die mogelijkheid door hoofd instelling

Onderdeel van Beleid Bestuurlijke boete BRP gemeente Waalwijk

Degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid kan, in afwijking van de artikelen 2.38, eerste lid, en 2.39, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen. Een instelling wordt slechts aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisregistratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad. Onze Minister kan categorieën van instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft: a. instellingen voor gezondheidszorg; b. instellingen op het gebied van de kinderbescherming; c. penitentiaire instellingen. Het college van burgemeester en wethouders kan een in de gemeente gevestigde instelling aanwijzen indien het betreft een instelling op het terrein van maatschappelijke opvang, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, onder 7°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het hoofd van een aangewezen instelling doet aan de betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres. Aanbevelingen: Bestuurlijke boete kan in beginsel worden opgelegd. In de praktijk zal het college van B&W de instelling informeren over deze verplichting. Het advies luidt dan ook: Maak hierover afspraken met de instellingen. Indien men zonder goede reden niet wil meewerken, kan gewezen worden op de mogelijkheid van een bestuurlijke boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel