Naar hoofdinhoud

Artikel 2.45

Na aangifte inlichtingen geven en geschriften overleggen/in persoon verschijnen

Onderdeel van Beleid Bestuurlijke boete BRP gemeente Waalwijk

Degene die aangifte heeft gedaan als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.40 en artikel 2.43, geeft op verzoek van het college van burgemeester en wethouders de inlichtingen ter zake van zijn aangifte die van belang zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Deze verplichting is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het overleggen van geschriften. De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon. In de aangifte van een briefadres worden de redenen voor de aangifte van een briefadres medegedeeld. Bij de aangifte wordt een schriftelijke verklaring van instemming gevoegd van de briefadresgever. De briefadresgever draagt zorg dat voor de houder van het briefadres bestemde geschriften of inlichtingen daarover, aan hem worden doorgegeven of medegedeeld. De briefadresgever verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, ter zake van dat briefadres de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisregistratie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste tot en met vierde lid. Aanbevelingen: Artikel 2.45 valt uiteen in twee onderdelen: het verzoek nadere informatie te vragen aan de burger die aangifte doet van een adreswijziging ten behoeve van de bijhouding van de gegevens in de BRP, dan wel betrokkene te vragen in persoon te verschijnen; de mogelijkheid een briefadres aan te vragen, met daarbij vermeld de voorwaarden waaronder het aangevraagd kan worden en welke verplichtingen er verbonden kunnen worden aan het hebben van een briefadres. De bestuurlijke boete kan opgelegd worden voor het niet verstrekken van informatie of het in persoon niet verschijnen, terwijl het college van B&W betrokkene heeft opgeroepen om te verschijnen. Ook kan de boete opgelegd worden voor de volgende verplichtingen die betrekking hebben op het hebben van een briefadres: -aan de briefadresgever vanwege zijn verplichting om zorg te dragen voor de post van de briefadresnemer. De verplichting kan wel bij overtreding bestraft worden met een bestuurlijke boete, maar de verwijtbaarheid zal vaak moeilijk aantoonbaar zijn. (Zie ook de circulaire van de Minister van BZK ‘Correcte inschrijving op een briefadres’ van 1 juni 2012, kenmerk 2012-0000306843, te vinden op www.bprbzk.nl); -aan de briefadresgever in verband met het verzoek inlichtingen te verschaffen ter zake van het briefadres. Bij overtreding van lid 4 kan de bestuurlijke boete een houdbare sanctie zijn. De briefadresgever kan wel om informatie worden gevraagd, maar deze hoeft bijvoorbeeld niet te weten waar de briefadresnemer verblijft. Als de briefadresgever aangeeft dat hij niet beschikt over bepaalde informatie, dan heeft hij voldaan aan zijn verplichting om inlichtingen te geven. Hem kan geen bestuurlijke boete opgelegd worden, als hij aangeeft geen informatie te hebben. Hij kan niet beboet worden voor hetgeen hij niet weet. Als aannemelijk is dat de briefadresgever wel degelijk weet waar de gezochte persoon verblijft en dit niet meedeelt, dan is dit wel sanctioneerbaar met een bestuurlijke boete. Ook kan het zijn dat de briefadresgever deze functie niet meer kan uitoefenen. Het college van B&W stelt dit vast. De verplichtingen voor de briefadresgever vervallen in dat geval. Artikel 2.47 Na vermoedelijk verzuim aangifte inlichtingen geven en geschriften overleggen/in persoon verschijnen Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.43, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Aanbeveling: Artikel 2.47 Wet BRP verplicht de ingeschrevene om informatie te verstrekken over zijn adres, wanneer het college van B&W het redelijke vermoeden heeft dat de ingeschrevene geen aangifte heeft gedaan van verblijf en adres, adreswijziging of vertrek. Ook kan de burger op grond van dit artikel verplicht worden om in persoon te verschijnen. Tijdens het adresonderzoek vraagt het college van B&W om aanvullende informatie over het adres, dan wel vraagt het college van B&W betrokkene om in persoon te verschijnen om aangifte te doen. Hiervoor geeft het college van B&W betrokkene een termijn. Als de termijn verstreken is, wordt aan betrokkene een voornemenbrief gestuurd. Hierin wordt betrokkene een tweede mogelijkheid gegeven om alsnog te verschijnen dan wel de gevraagde informatie te verstrekken. Voldoet betrokkene hier niet aan, dan kan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd worden voor het niet verstrekken van informatie of het niet in persoon verschijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel