Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 13.

De hoogte van het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Venray

1.. Bij de bepaling van de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt onderscheid gemaakt tussen een persoonsgebonden budget bestemd voor professionele ondersteuning en een persoonsgebonden budget bestemd voor niet-professionele ondersteuning gezien het verschil in de prijs- en kwaliteitsverhouding.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor professionele ondersteuning wordt het laagste tarief dat in het (raam-)contract overeengekomen is met aanbieders van de betreffende, te verstrekken maatwerkvoorziening. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor niet-professionele ondersteuning door middel van dezelfde te verstrekken maatwerkvoorziening wordt 75% van het laagste tarief voor professionele ondersteuning (zoals met aanbieders in het (raam-) contract overeengekomen); 2.. De hoogte van het persoonsgebonden budget is mede gebaseerd op een door de cliënt opgesteld bestedingsplan. Dit plan is onderdeel van het persoonlijk plan. In het bestedingsplan geeft de cliënt aan waarom hij een persoonsgebonden budget wenst en waaraan en hoe hij het persoonsgebonden budget gaat besteden. Er moet daarnaast in ieder geval uit blijken dat de met het persoonsgebonden budget te bieden ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is, het de goedkoopst compenserende voorziening is en dat de te bieden ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt; 3.. Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget voor een zaak, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; 4.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. Reiskosten worden in beginsel niet vergoed en vormen daarom in beginsel geen onderdeel van het persoonsgebonden budget; 5.. Het college is bevoegd om hierover nadere regels te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel