**1.** De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen
**2.** De voorzitter beslist op advies van de secretaris over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb .
**3.** Het horen vindt bij voorkeur plaats ten overstaan van de voorzitter en 2 leden
**4.** In het uiterste geval kan de voorzitter telefonisch of op een minstens gelijkwaardige wijze horen, samen met een lid van de commissie en de secretaris