De verlaging, bij gedragingen als bedoeld artikel 6, wordt vastgesteld op:
10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
40% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Verordening Maatregelen, Bestuurlijke boete bij recidive en Handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015