Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 38

Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Súdwest-Fryslân

1.. Het college stelt jaarlijks voor 1 februari voorlopig vast het aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor basisonderwijs en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs in het daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt. Dit op basis van de beleidsregel voor bekostiging lokalen bewegingsonderwijs voor (speciaal) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs, artikel 14 van het Besluit Bekostiging WPO en artikel 14 van het Besluit Bekostiging WEC. 2.. Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op de school staat ingeschreven. 3.. Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor 1 februari een voorlopige toewijzing op voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs, waarbij het college rekening houdt met de volgende uitgangspunten: a.. gebruik meest dichtbijzijnde beschikbare lokaal bewegingsonderwijs (op basis van de beleidsregel voor bekostiging lokalen bewegingsonderwijs voor (special) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs en de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld in bijlage I, deel B); b.. een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste ingeroosterd voor het lokaal bewegingsonderwijs, en c.. het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs. d.. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte voor het primair onderwijs en een capaciteit van 40 klokuren per week per gymnastiekruimte voor het voortgezet onderwijs. 4.. Het college stelt het bevoegd gezag, twee weken nadat de toewijzing voorlopig is vastgesteld door het college, in kennis van de toewijzing. Hierbij worden per school de volgende gegevens vermeld: a.. het aantal klokuren waar de school aanspraak op maakt; b.. het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het bewegingsonderwijs is toegewezen, en c.. de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt, wordt door de scholen onderling ingeroosterd. 5.. De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 15 maart reageren op de voorlopige toewijzing. 6.. Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een overleg over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor 15 maart. In het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen reageren op het voorstel. 7.. Het college stelt de toewijzing voor 1 meidefinitief vast en houdt hierbij rekening met de reacties van de bevoegde gezagsorganen. 8.. Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te zetten dan het aantal klokuren dat door het college is vastgesteld. 9.. Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is. Het extra aantal klokuren waar door het college mee wordt ingestemd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school.

Rechtspraak bij dit artikel