**1..** Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde voorzieningen, of bij toekenning van bekostiging van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk voorziene kosten per geval.
**2..** De genormeerde bekostigingsbedragen worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV deel B en zijn van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a 1°, 2°, 6°, 7° en onder d en artikel 3.
**3..** De bekostigingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel C. Voor andere voorzieningen uit artikel 2 dan bedoeld in het tweede lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.
**4..** De vergoeding voor voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 van deze verordening wordt vastgesteld op 8% (bij projecten tot een bruto vloeroppervlakte van 2500 m²) respectievelijk 5% (bij grotere projecten) van het genormeerde investeringsbedrag, zie bijlage IV.