Deze verordening verstaat onder:
markt: de door het college van burgemeester en wethouders ingestelde warenmarkt;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel, bestaande uit één of meerdere op grond van artikel 3 van de Marktverordening te bepalen eenheden;
vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
seizoensplaats: de standplaats waarop tijdens een gedeelte van het jaar seizoensgebonden producten worden verkocht;
vergunninghouder: degene aan wie door het college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats.
kwartaal: een periode van 12 marktdagen. Indien in een kwartaal op de markt een kermis wordt gehouden wordt in het vierde kwartaal 1 kermisdag in mindering gebracht.