**1..** Een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, heeft recht op de individuele inkomenstoeslag als:
hij een langdurig een laag inkomen heeft en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 Participatiewet;
geen uitzicht heeft op inkomensverbetering;
en de persoonlijke omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
**2..** Tot de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval gerekend:
de krachten en bekwaamheden van de persoon;
Als de persoon met zijn krachten en bekwaamheden geen zicht heeft op inkomensverbetering, is er recht op een individuele inkomenstoeslag.
Wanneer de belanghebbende gedurende 36 maanden voor de peildatum een inkomen heeft ontvangen wat lager is dan 101% van de bijstandsnorm, dan wordt de belanghebbende geacht met zijn krachten en bekwaamheden geen zicht op inkomensverbetering te hebben.
de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
Een persoon met algemene bijstand op grond van de Participatiewet, of een IOAW- of IOAZ-uitkering, wordt geacht voldoende inspanningen te hebben verricht om tot inkomensverbetering te komen, als jegens hem gedurende 36 maanden voor de peildatum geen maatregel is opgelegd wegens schending van de arbeids- en/of re-integratieverplichtingen.
Artikel 2.
Rechthebbende individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van BELEIDSREGELS INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG PARTICIPATIEWET 2015 GEMEENTE ROOSENDAAL