Naar hoofdinhoud

Afdeling II.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening zone E9 Bloemendaal 2006

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen. 2.. Een vergunning kan worden verleend aan de houder of eigenaar van een motorvoertuig wanneer deze woont in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen aanwezig zijn, met dien verstande dat als de bewoner een eigen parkeergelegenheid heeft, deze parkeerplaats of parkeerplaatsen in mindering wordt of worden gebracht op het aantal te verstrekken parkeervergunningen. 3.. Het college van burgemeester en wethouders kan aan bewoners van het gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn een bezoekersvergunning afgeven, waarmee bezoekers in het gebied kunnen parkeren. Per woonadres worden maximaal twee bezoekersvergunningen verstrekt. 4.. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarde. 5.. Het college van burgemeester en wethouders kan in afwijking van het gestelde in het tweede lid nadere regels stellen. 6.. Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek een tijdelijke vergunning voor maximaal 30 dagen verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen. Deze tijdelijke vergunning wordt verleend aan diegene die tijdelijk een beroep op bedrijf uitoefent in de directe omgeving van deze plaatsen en aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is een motorvoertuig te parkeren op een belanghebbendenplaats. 7.. Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning ook andere voorschriften verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

Rechtspraak bij dit artikel