Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot
een in de tarieventabel genoemde maatstaf een gedeelte daarvan als
een volle eenheid aangemerkt.
Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld
op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het
voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van
het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die
vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een
kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op
ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing
is.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest
voordelige wijze.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de
precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp
wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte
van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de
tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag-
of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld
met een maand.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een
langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand
omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand
van het belastingtijdvak.
Artikel 6.
Berekening van de precariobelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Vlissingen 2015