Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. Het tarief voor een pgb: is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. 4.. De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten. 5.. De hoogte van een pgb voor een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt, rekening houdend met onderhoud en verzekering. 6.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief, betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk: dat deze persoon een lager tarief krijgt betaald voor zijn diensten dan het ingevolge het derde, vierde en vijfde lid vastgestelde tarief, en dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald. 7.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan dit pgb niet betrekken bij een zorgaanbieder die door de gemeente Zandvoort voor het leveren van de in het pgb genoemde diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen dan wel andere maatregelen is gecontracteerd

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel