Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Pw, de IOAW, de IOAZ, de Awb en de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten ook de verordening moet worden gewijzigd.
In het tweede lid, onder f., is het begrip benadelingsbedrag omschreven voor de toepassing van artikel 12 van deze verordening (tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan). Het benadelingsbedrag is hier omschreven als “de netto bijstand waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan”. In aansluiting op de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving is hier gekozen voor een netto bedrag. Ook in de voornoemde wet is namelijk het begrip “benadelingsbedrag” omschreven, zij het in een ander kader, te weten de verplichte oplegging van de boete, en in de Memorie van toelichting bij die wet is vermeld dat het begrip benadelingsbedrag een netto bedrag is. Daarbij wordt hier aangesloten.
Hoofdstuk 10.
Artikel 1.
Begrippen
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Rucphen