Gelijkstelling gevolgen voor Pw en voor IOAW en IOAZ
Zoals in de algemene toelichting bij deze verordening al is aangeven, zijn er duidelijke verschillen tussen de Pw enerzijds en de IOAW en IOAZ anderzijds, en is ervoor gekozen om de gevolgen voor enerzijds de Pw en anderzijds de IOAW en IOAZ zoveel mogelijk identiek te regelen. Dat heeft wel tot gevolg dat een aantal gedragingen in 2015 een zwaardere maatregel tot gevolg heeft dan vóór 2015. Daarmee wordt dan weer wel aangesloten bij de Pw, want een aantal gedragingen in de Pw in 2015 heeft een zwaardere maatregel tot gevolg dan diezelfde gedragingen voor de Wwb vóór 2015. Dat laatste is zoals gezegd een bewuste en ook nadrukkelijk keuze van de wetgever.
Waarom de wetgever niet ook voor de IOAW en IOAZ een soortgelijke bewuste en nadrukkelijke keuze heeft gemaakt, blijkt niet uit de parlementaire geschiedenis van totstandkoming van de Participatiewet. Niet ondenkbaar is dat dit is vergeten. Anderzijds zou een mogelijke verklaring kunnen zijn dat de IOAW en de IOAZ aflopende wetten zijn, gezien de Wet werk en zekerheid, en de wetgever geen energie (meer) heeft willen steken in de IOAW en IOAZ. Op grond van de Wet werk en zekerheid wordt de IOAW vanaf januari 2015 alleen toegankelijk voor werknemers geboren vóór 1 januari 1965.
Niettemin kan worden gesteld dat het gerechtvaardigd is dat schending van een aantal verplichtingen van de IOAW en IOAZ in 2015 een zwaardere maatregel tot gevolg heeft dan schending van diezelfde verplichting vóór 2015. Ook in de Pw heeft schending van een aantal verplichtingen in 2015 een zwaardere maatregel tot gevolg dan schending van diezelfde verplichting vóór 2015. Een van de redenen daarvoor is, zoals in de algemene toelichting bij deze verordening al is aangegeven, dat degenen die uit solidariteit de kosten van de sociale voorzieningen betalen, erop moeten kunnen rekenen dat alleen een uitkering wordt verstrekt aan degenen die dat echt nodig hebben. Alleen dan is er een draagvlak voor de betaalbaarheid van onze sociale voorzieningen, nu en in de toekomst. Anders gezegd: aan handhaving moet een zeer groot belang worden gehecht.
In verband daarmee is in de Pw de handhaving aangescherpt. De hiervoor genoemde reden voor deze aanscherping (aanvankelijk was het gevolg van schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting zelfs een maatregel van 100% gedurende drie maanden) is evenzeer van toepassing op de IOAW en IOAZ. Ook bij de uitvoering van die wetten moeten degenen die de kosten daarvan betalen, erop kunnen vertrouwen dat alleen een uitkering wordt verstrekt aan degenen die dat echt nodig hebben.
Als er geen vierde categorie zou bestaan, maar categorie 3 de hoogste categorie zou zijn, en iemand die een IOAW- of IOAZ-uitkering ontvangt, een aangeboden baan verwijtbaar weigert, krijgt hij of zij dan één maand geen uitkering. Bij de Pw is er in deze verordening voor gekozen om bij bepaalde gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, aanhef en onder a, te weten het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, meteen een maatregel op te leggen van twee maanden. Om te voorkomen dat er een groot verschil ontstaat tussen voor Pw- en IOAW/IOAZ-uitkeringsgerechtigden, is een vierde categorie in het leven geroepen, uitsluitend voor de IOAW en IOAZ, waarbij evenals bij de Pw gedurende twee maanden een maatregel van 100% wordt opgelegd.
Een overzicht met een vergelijking van de gevolgen voor de IOAW en IOAZ van vóór en na 2015 is bij deze toelichting gevoegd.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.
Gedragingen IOAW en IOAZ
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Rucphen