Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10.

Artikel 8.

De geüniformeerde arbeidsverplichtingen

Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Rucphen

De geüniformeerde arbeidsverplichtingen zijn vermeld in artikel 18, vierde lid, van de Pw. De Ioaw en Ioaz kennen geen geüniformeerde arbeidsverplichtingen. Met “geüniformeerd” is bedoeld dat wettelijk gezien de hoogte van de maatregel al is vastgesteld, te weten op 100%, maar de gemeenteraad bij verordening de duur van de maatregel mag vaststellen op 1, 2 of 3 maanden. In deze verordening is ervoor gekozen om voor alle geüniformeerde gedragingen die zijn genoemd onder de letters b tot en met h van artikel 18, vierde lid, van de Pw, de duur van de maatregel te bepalen op één maand, en uitsluitend met betrekking tot de gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onder a, van de Pw de duur van de maatregel te bepalen op 2 maanden. De reden daarvoor is de volgende. Artikel 18, vierde lid, onder a, Pw bevat de gedragingen het niet aanvaarden of niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Deze beide gedragingen veronderstellen – in tegenstelling tot de gedragingen onder de letters b tot en met h - dat een concrete baan aan de orde is, die ofwel niet wordt aanvaard ofwel niet wordt behouden. Bij de gedragingen in artikel 18, vierde lid, aanhef en onder a, van de Pw is meer en ook sterker dan bij de overige gedragingen in dat artikellid sprake van een onnodig beroep op een uitkering en daarmee een onnodig beroep op de publieke middelen. Daarom wordt voor wat betreft deze gedragingen een zwaardere maatregel gerechtvaardigd geacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel