In deze verordening wordt verstaan onder:
Domein : iedere eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college heeft en zorg draagt voor ontwikkeling en uitvoering van beleid.
Stadsbedrijf: een eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die zorg draagt voor de uitvoering van beleid.
Thema: een groep van aansprekende doelstellingen van de gemeente die zijn gerangschikt onder een algemene doelstelling.
Sub-thema: een groep van producten waarvoor een na te streven doelstelling is geformuleerd. Op het niveau van sub-thema worden de eerste twee “W”-vragen[1] beantwoord.
Budget/Krediet: hieronder worden verstaan de financiële middelen die door de raad aan het college zijn toegekend voor het realiseren van doelstellingen, resultaat- en prestatieafspraken. Het betreffen financiële middelen voor zowel de jaarlijkse exploitatie(budget) als voor investeringen (krediet).
Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de begroting, de wettelijke regelingen die van toepassing zijn en de gemeentelijke verordeningen.
Doelmatigheid: het streven om binnen de gestelde kaders met een zo beperkt mogelijke inzet van beschikbare middelen de gewenste prestaties en/of maatschappelijke effecten en/of doelen te realiseren.
Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en daarmee beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.
Indicatoren: de waarde die bereikt moet worden binnen een bepaalde periode voor de realisatie van de beoogde beleidsdoelen, maatschappelijke effecten en te leveren prestaties.
[1] Wat willen we bereiken? Wat gaan we daar voor doen? Wat mag het kosten?
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepaling
Onderdeel van Financiële beheersverordening gemeente Harderwijk 2015