Naar hoofdinhoud
1.. Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die van dien aard zijn dat deze samenwerkingsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet ongewijzigd kan worden voortgezet, zullen de gemeenten over de noodzaak van wijziging van deze samenwerkingsovereenkomst met elkaar in overleg treden. 2.. De gemeenten treden in overleg binnen vier weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij schriftelijk heeft medegedeeld. 3.. Indien het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, kan elk der gemeenten deze samenwerkingsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 19.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel