Het gebruik van openbaar en collectief vervoer heeft het primaat wanneer deze de cliënt in voldoende mate in staat stelt tot participatie.
Bij het bepalen van de vervoersbehoefte wordt rekening gehouden met een lagere behoefte vanwege:
intramuraal verblijf in een instelling;
een samenvallende vervoersbehoefte;
een beperkte vervoersbehoefte;
andere aanwezige vervoersvoorzieningen.
Hoofdstuk
Artikel 10.
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bunschoten 2015