Indien de periode van 36 maanden door een kort verblijf in het buitenland wordt onderbroken, staat dat toekenning van individuele inkomenstoeslag niet in de weg. Wanneer het verblijf in het buitenland het gestelde in artikel 13, eerste lid, onder d, Participatiewet (de gebruikelijke vakantieduur) overschrijdt is dit geen reden, om de aanvraag voor individuele inkomenstoeslag af te wijzen. Wel dient over deze periode aangetoond te worden, of men geen hoger inkomen heeft genoten, dan 110% van de bijstandsnorm.
Artikel 8.
Verblijf in het buitenland
Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Uithoorn 2015