Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.9

Pgb tarieven

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2015

Met betrekking tot de pgb-tarieven is het gangbare praktijk dat deze circa 20% lager kunnen liggen dan tarieven waarmee vergelijkbare zorg in natura wordt ingekocht. Dat heeft ermee te maken dat er bij een pgb minder overheadkosten hoeven te worden meeberekend. Gemeenten mogen variëren met hun tarieven al naar gelang de professionaliteit van de met het pgb ingekochte ondersteuning. Voor een niet-opgeleid persoon uit het eigen netwerk geldt een lager tarief dan voor een opgeleide hulpverlener in dienst bij een aanbieder. De vrijheid van de gemeente om zelf tarieven te bepalen, wordt door artikel 2.6.6 van de Wmo 2015 begrensd doordat de gemeente bij verordening/ financieel besluit regels moet stellen hoe ze een goede prijs-kwaliteit verhouding van de maatwerkvoorzieningen waarborgt, waarbij rekening wordt gehouden met de deskundigheid van beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden. Nieuw in de Wmo 2015 is het trekkingsrecht voor de Pgb houder door de Sociale verzekeringsbank (SVB). Zij beheren het Pgb en betalen dit uit aan de zorgverlener.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel