Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Tegenprestatie naar vermogen

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet 2015

1.. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als tegenprestatie opleggen aan personen behorend tot de doelgroep. 2.. De op te leggen tegenprestatie voldoet aan de volgende eisen: de te verrichten tegenprestatie is naar zijn aard niet direct gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratie instrument; de te verrichten tegenprestatie mag niet in de weg staan aan acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid of aan de re-integratie gericht op arbeidsinschakeling; de activiteiten zijn additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten de te verrichten tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 3.. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan re-integratie vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel