**1.** Het college kan voor zover een persoon die behoort tot de doelgroep
niet beschikt over een startkwalificatie en onbeloonde additionele
werkzaamheden verricht conform artikel 10a van de Participatiewet,
zes maanden na aanvang van deze werkzaamheden een scholingstraject
aanbieden voor zover dit scholingstraject bijdraagt aan vergroting
van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.
**2..** Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende
eisen:
De scholing is wenselijk om de belanghebbende aan algemene
arbeid te helpen;
De scholing sluit aan bij de vraag op de arbeidsmarkt;
De scholing sluit aan bij de capaciteiten van
belanghebbende;
De scholing duurt zo kort mogelijk en in principe niet
langer dan 1 jaar.
**3..** Het college verstrekt aan de belanghebbende die onbeloonde
additionele werkzaamheden verricht conform artikel 10a van de wet
een premie van maximaal € 250 per zes maanden en is mede afhankelijk
van de aard en aantal uur van de werkzaamheden.
**4..** Het recht op een premie als bedoeld in het derde lid wordt elke zes
maanden beoordeeld.
**5..** De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de
belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden
verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft
geschonden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 6.
Scholing en premie in het kader van participatieplaatsen
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet 2015