In deze verordening wordt verstaan onder:
RVV 1966:het Reglement verkeerstekens en verkeersregels van 4
mei 1966, Stb. 181;
RVV 1990:het Reglement verkeerstekens en verkeersregels van 26
juli 1990, Stb. 459;
(motor)voertuig:hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1966
of in het RVV 1990;
parkeren:het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
verboden;
houder:degene die naar de omstandigheden als houder van een
voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
Wegenverkeerswet (1994) aangehouden register van opgegeven
kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het
parkeren in het register was ingeschreven;
parkeerapparatuur:parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
parkeerapparatuurplaats:een parkeerplaats behorende bij
parkeerapparatuur;
belanghebbendenplaats:een parkeerplaats die:
1. is aangeduid met bord 99a uit bijlage II van het RVV 1966,
dan wel met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 of
2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord 99aa uit
bijlage II van het RVV 1966, dan wel gelegen is binnen een zone
aangeduid met het bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het
opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
uitgezonderd;
vergunning:een door het college verleende vergunning, krachtens
welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
aangewezen belanghebbendenplaatsen;
vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
vergunning is verleend;
ontheffing:een door het college verleende ontheffing, krachtens
welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
aangewezen parkeerapparatuurplaatsen;
ontheffinghouder:de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een
ontheffing is verleend.
AFDELING I
Artikel 1