Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken en
wijzigen:
op verzoek van vergunning- of ontheffinghouder;
wanneer de vergunning- of ontheffinghouder het gebied, waarvoor
de vergunning of ontheffing is verleend, metterwoon verlaat of
het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; de
vergunning- of ontheffinghouder dient hiervan meteen mededeling
te doen aan het college;
wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
die relevant waren voor het verlenen van de vergunning of
ontheffing;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
of ontheffingen komt te vervallen;
wanneer een vergunning- of ontheffinghouder handelt in strijd
met de aan de vergunning of ontheffing verbonden
voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning of
ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang
Met uitzondering van lid 1 sub a trekt het college de vergunning
of ontheffing niet eerder in dan nadat de vergunning- of
ontheffinghouder is gehoord.
Afdeling II
Artikel 6