In deze regeling wordt verstaan onder:
klager: een persoon bedoeld in artikel 2 van dit reglement, die zich met een klacht overongewenst gedrag tot de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag wendt;
beklaagde: degene op wiens gedrag de klacht van klager betrekking heeft;
vertrouwenspersoon ongewenst gedrag: een persoon als bedoeld in artikel 3 van deze regeling;
ongewenst gedrag: ongewenste omgangsvormen, seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten, discriminatie en onrespectvol gedrag, zowel binnen werktijd als daarbuiten .
Ongewenste omgangsvormen
Alle handelingen die als ongewenst worden ervaren en die plaats vinden tijdens de uitoefening van de functie of die van invloed zijn op de werkrelaties met collega’s
Seksuele intimidatie
Ongewenste toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of direct of indirect erotisch getinte uitingen in woord, gebaar of anderszins, welke ongewenst of ongewild zijn, dan wel redelijkerwijs als zodanig worden ervaren door de persoon die dit overkomt of waarneemt, waarbij tevens sprake is van één van de volgende punten:
Onderwerping aan dergelijk gedrag wordt gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van de geïntimideerde persoon;
Onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag door de geïntimideerde persoon wordt (mede)gebruikt als basis voor beslissingen die het werk van de persoon raken;
Dergelijk gedrag heeft tot doel of tot gevolg dat de werkprestaties van een persoon in onredelijke mate worden aangetast en/of een intimiderende vijandige werkomgeving wordt gecreëerd;
Onderwerping aan of wijziging van dergelijk gedrag door de geïntimideerde persoon wordt (mede)gebruikt als basis voor beoordeling van de geïntimideerde persoon.
Agressie en geweld
Situaties waarbij de geïntimideerde persoon lichamelijk of geestelijk wordt gehinderd, bedreigd of aangevallen, onder omstandigheden die verband houden met de werkkring, danwel verband houden met de uitoefening van de functie.
Pesten
Intimiderend, vernederend of bedreigend gedrag gericht op steeds dezelfde persoon, dat frequent voorkomt, langere tijd voortduurt en waartegen de persoon die hiervan het doelwit is zich niet effectief kan verweren. Bijvoorbeeld:
Gedrag dat de mogelijkheid beperkt om zich te uiten. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als iemand tijdens zijn werk steeds wordt onderbroken, of wanneer iemand langdurig kritiek krijgt op het geleverde werk;
Negatieve handelingen in de sfeer van sociale betrekkingen. Iemand wordt bijvoorbeeld ver weg geplaatst of genegeerd; jas van de kapstok halen e.d.;
Gedrag dat het sociale imago aantast, bijvoorbeeld iemand belachelijk maken, roddelen, respectievelijk negatieve praat verspreiden;
Handelingen die de kwaliteit van het beroeps- en privéleven aantasten. Bijvoorbeeld het verstrekken van zinloos werk, of werk boven of onder het niveau van de medewerker, stelselmatig geen informatie verstrekken, niet uitnodigen voor vergaderingen;
Verbale of lichamelijke acties die de gezondheid aantasten (opmerkingen over uiterlijk, aanrakingen, duwen, porren etc. zgn. voor de grap).
Discriminatie
Hierbij gaat het om ongewenst gedrag op basis van sexe, ras, geloofsovertuiging, seksuele voorkeur, cultuur of achtergrond van zodanige aard dat het de waardigheid en/of lichamelijk integriteit van een medewerker aantast.
Onrespectvol gedrag
Hierbij gaat het om onheuse bejegening of lomp, grof of ruw gedrag dat als beledigend en/of brutaal wordt ervaren door één van de partijen.