Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

: taken vertrouwenspersoon

Onderdeel van Klachtenregeling ongewenst gedrag

1.. De vertrouwenspersoon ongewenst gedrag heeft tot taak: de klager die zich tot hem wendt bij te staan en van advies te dienen; onderzoek in te stellen naar de klacht zo mogelijk door bemiddeling te trachten tot een oplossing van de klacht te komen; het college van burgemeester en wethouders te adviseren omtrent de eventueel te nemen maatregelen; 2.. De vertrouwenspersoon ongewenst gedrag kan zelf optreden als klager indien hij tijdens de uitvoering van taken zoals omschreven in deze regeling kennis neemt van zaken die overeenkomstig het bepaalde in deze regeling tot een klacht zouden kunnen leiden. In dat geval hoeft het niet te gaan om klachten die de vertrouwenspersoon zelf aangaan. 3.. De vertrouwenspersoon ongewenst gedrag onderhoudt de nodige contacten met personen en instanties die ongewenst gedrag binnen de gemeente uit hoofde van hun functie kunnen signaleren. 4.. De vertrouwenspersoon ongewenst gedrag is voor de uitvoering van zijn taken verantwoording schuldig aan het college van burgemeester en wethouders. 5.. Jaarlijks wordt aan het college en aan de gemeentesecretaris, met uitzondering van die gevallen waarin deze zelf als partij betrokken is, verslag uitgebracht van het aantal en de aard van de gemelde klachten en het resultaat van de behandeling. 6.. De vertrouwenspersoon ongewenst gedrag is kan bij de uitoefening van zijn taken bijstand van derden inroepen.

Rechtspraak bij dit artikel