Het dagelijks bestuur biedt een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel X, derde lid, van de Wet van 13 september 2012, te weten:
de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000;
de geestelijk bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van de Wi, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wi;
voor zover deze vóór 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden.