Een verstrekte garantie kan onverminderd het bepaalde in artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht, eerste lid, onderdelen b t/m d, worden ingetrokken:
indien de overeenkomst van geldlening, waarop de garantie betrekking heeft, niet binnen drie maanden na verzending van het betreffende besluit tot stand komt en de hoofdsom volgens het overeengekomen stortings- en aflossingsschema aan de instelling ter beschikking wordt gesteld;
indien door toedoen of nalaten van de instelling het risico dat voor de gemeente uit de verstrekte garantie voortvloeit significant wordt gewijzigd.
Hoofdstuk III
Artikel 20
Intrekking verstrekte garantie
Onderdeel van Verordening investeringssubsidie en gemeentegarantie amateurverenigingen