Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk ll

Artikel 13

Voorziening ouderdomspensioen

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2007

1.. Leden van de raad die vanwege het raadslidmaatschap door korting op een uitkering onvrijwillig te maken krijgen met een verlaging van hun pensioenopbouw, kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de pensioenpremie. 2.. Het raadslid dient daartoe aan te tonen dat door het aanvaarden van het raadslidmaatschap de pensioenopbouw wordt verlaagd. 3.. De hoogte van de tegemoetkoming in de pensioenpremie is gelijk aan het werkgeversdeel van de premie, die nodig is om het verschil tussen de oorspronkelijke pensioenuitkering en de pensioenuitkering waarop het raadslid recht heeft, nadat de pensioenopbouw is verlaagd te compenseren. 4.. Bij het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming in de pensioenpremie, zoals bedoeld in lid 3, wordt uitgegaan van de pensioenoverzichten die door de pensioenverzekeraar worden verstrekt. 5.. Het raadslid krijgt het bedrag als bedoeld in lid 3 uitgekeerd en dient zelf zorg te dragen voor een aanvullende pensioenverzekering.

Rechtspraak bij dit artikel