Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015

In deze verordening wordt verstaan onder a. aanvraag: verzoek om bekostiging van een voorziening of om bekostiging van bouwvoorbereiding,al dan niet elektronisch via het onderwijsloket ingediend; b. aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor bekostiging van een voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding van een voorziening als bedoeld in artikel 8.1 van deze verordening heeft ingediend; c. accountbeheerder: degene die op grond van een, door het bevoegd gezag conform een door het college vastgesteld model, aan hem verleende volmacht, door het college elektronisch is geautoriseerd om namens het bevoegd gezag via het onderwijsloket elektronische berichten te verzenden; d. advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van richting en inrichting, als bedoeld in artikel 95 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs; e. bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; f. beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde staten in een geschil als bedoeld in artikel 110, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108, tweede lid van de Wet op de expertisecentra en artikel 76u, tweede lid van de Wet op het voortgezet onderwijs; g. college: het college van burgemeester en wethouders; h. eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76u van de Wet op het voortgezet onderwijs; i. elektronische handtekening: de ondertekening van een elektronisch bericht, welke automatisch plaats vindt zodra namens het bevoegd gezag een bericht via het onderwijsloket wordt verzonden, waarbij geen twijfel bestaat over de authenticiteit van het bericht; j. gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76u van de Wet op het voortgezet onderwijs; k. gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in lichamelijke oefening; l. lesgebouw: een gebouw of gebouwdeel dat door een school wordt aangewend ten behoeve van het geven van onderwijs en dat niet wordt aangewend ten behoeve van lichamelijke oefening; m. minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; n. monumentaal schoolgebouw: een schoolgebouw dat is opgenomen op de Rijks- dan wel gemeentelijke monumentenlijst; o. onderwijsloket: daartoe door het college aangewezen of aan te wijzen en verplicht te gebruiken elektronische weg of systeem voor gegevensverwerking, zoals bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, via welke elektronisch berichten tussen het bevoegd gezag en het college kunnen worden gezonden ter zake de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze verordening; p. overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als bedoeld in artikel 4.3 van deze verordening; q. permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; r. programma: het programma als bedoeld in artikel 4.2 van deze verordening; s. school: -voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; -voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; -voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (havo en mavo), voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet voortgezet onderwijs; t. tijdelijk lokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten hoogste 15 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; u. verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; v. voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II van deze verordening, 15 jaren of langer noodzakelijk is; w. voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren noodzakelijk is; x. voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 1.2 van deze verordening; y. nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht. z. profiel: profiel van leerwegen als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel