**1..** De aanvraag wordt (digitaal) ondertekend en bevat ten minste:
de naam en het adres van de aanvrager;
de dagtekening;
de naam van de school en, voor zover van toepassing, het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is bestemd;
welke voorziening wordt aangevraagd;
de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening;
tenzij de aanvrager bij de onderbouwing van de aanvraag anders aangeeft, wordt voor de geplande aanvangsdatum van de voorziening 1 januari van het jaar van uitvoering van het programma genomen;
**2..** In aanvulling op de in eerste lid vermelde gegevens gaat de aanvraag vergezeld van:
een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school die voldoet aan de in bijlage II omschreven vereisten, tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 1.2, onder a, sub 5 tot en met 7 en artikel 1.2, onder e. Indien de aard en de omvang van een voorziening als bedoeld in artikel 1.2, onder b en c daartoe aanleiding geeft, kan het college de prognose-eis laten vervallen. Inzending van een prognose blijft achterwege indien het bevoegd gezag zich bij het doen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 conformeert aan de gemeentelijke prognose;
de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 1.2, onder a, sub 1 tot en met 3, en artikel 1.2, onder e;
een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt indien het een voorziening betreft bestaande uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw, uit herstel van een constructiefout of uit revitalisering van een monumentaal schoolgebouw. Hiertoe dient een onderbouwde rapportage conform NEN 2767 van een onafhankelijke, ter zake deskundig adviesbureau te worden bijgevoegd. Inzending van een bouwkundige rapportage blijft achterwege indien de gevraagde voorziening in een door het college opgesteld indicatief meerjareninvesteringsplan is opgenomen. Indien het bedrag van het totaal aantal aanvragen voor investeringen in enig jaar het budget daarvoor overschrijdt, bepaalt het college een prioriteitsvolgorde op basis van een daartoe in opdracht van het college op te stellen rapportage;
een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering van de voorziening, indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 1.2, onder a, sub 1, 3 en artikel 1.2, onder b tot en met d;
een uitgewerkt voorlopig ontwerp (VO+) voor wat betreft plattegronden, gevelbeeld en doorsnedes, zoals omschreven in de DNR 2011 rechtsverhouding opdrachtgever - architect met een stichtingskostenoverzicht conform NEN2631 en een onderbouwde reëel geplande datum van aanbesteding en start bouw, voor wat betreft de voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen als vermeld in artikel 1.2, onder a, sub1, en artikel 1.2, onder d. Indien geen VO+ kan worden overgelegd, dient de aanvraag ten minste te duiden op een zodanig stadium van bouwvoorbereiding dat de voorziening naar het oordeel van het college redelijkerwijs in het jaar na vaststelling van het programma uitvoerbaar is;
voor zover de gewenst voorziening betrekking heeft op de voorziening huur van een ander gebouw of een deel daarvan ten behoeve van de huisvesting van een school, een afschrift van het concept-huurcontract met betrekking tot de te huren ruimte;
voor zover de gewenste voorziening betrekking heeft op de voorziening revitalisering monumentale gebouwen tevens:
1. een verklaring van een onafhankelijk, ter zake deskundig adviesbureau dat het gebouw, na revitalisering op een (zo veel mogelijk) vergelijkbaar technisch niveau zal zijn gebracht met nieuwbouw, en
2. een verklaring van het schoolbestuur:
dat het gebouw bij uitvoering van het ingediende ontwerp van de revitalisering - met de kennis van nu - ten minste de komende 25 jaren geen revitalisering of nieuwbouw behoeft, waarvoor op grond van de huidige regelgeving aanspraak kan bestaan op vergoeding van gemeentewege, en
dat het gebouw met behulp van de aan het schoolbestuur op grond van de huidige regelgeving door het Rijk verstrekte middelen in normale, gebruikelijke, staat van onderhoud gehouden kan worden, alsmede bedrijfsmatig functioneel.
alle overige gegevens die het college nodig acht voor de beoordeling van de noodzaak van de gevraagde voorziening. Het college kan bepalen dat een nadere toelichting of aanvulling op andere wijze dan uitsluitend via het onderwijsloket kan worden verstrekt.
**3..** Het geheel of gedeeltelijk ontbreken van de vereiste gegevens kan bij gebruikmaking van het onderwijsloket leiden tot het niet ter behandeling elektronisch kunnen indienen van de aanvraag.
In alle overige gevallen deelt het college bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid dit voor 15 februari mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld voor 15 maart de ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet heeft verstrekt voor 15 maart, besluit het college alsnog de aanvraag niet te behandelen.
**4..** Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag betrekking heeft op een voorziening voor een school waarvan de beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de aanvraag is ingediend, dan zendt de aanvrager onverwijld aan het college een afschrift van de opgave als bedoeld in artikel 1.5, vierde lid onder 1.
Indien het afschrift niet binnen een week na het tijdstip van de wettelijke teldatum is ontvangen, kan het college besluiten de aanvraag af te wijzen.
**5..** Het besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na het verstrijken van de termijn in het derde of vierde lid.
PARAGRAAF 2
Artikel 2.2
Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015