Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 18

Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2011

1.. De vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 2 in tabel IV vastgesteld maximum. 2.. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. 3.. 3. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie als raadslid uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4.. De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 400% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 3a kan een lid van de raad dat lid is van de vertrouwenscommissie, als bedoeld in artikel 61 derde lid van de Gemeentewet dan wel de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, dan wel lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten per jaar een toelage ontvangen van 5% van de vergoeding voor de werkzaamheden op jaarbasis.De burgemeester stelt de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel