Op grond van de artikel 19, tweede lid, onder a en b van de wet biedt
het college aan een inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening
aan die:
a. houder is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33
van de Vreemdelingenwet 2000; of
b. geestelijke bedienaar is.