Naar hoofdinhoud
1.. Als een belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is opgelegd vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 7, 8, 12, 13 of 14, zich opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging met een maand verlengd. 2.. Als een belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is opgelegd als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de Participatiewet, opnieuw een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet nakomt, wordt de duur van de oorspronkelijke verlaging met een maand verlengd. 3.. In afwijking van het eerste lid wordt: als een belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is opgelegd vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 7, sub b, onder 4° zich opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, de verlaging vastgesteld op 40% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden; als een belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is opgelegd vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 7, sub b, onder 4° zich voor een derde keer schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, de verlaging vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm gedurende de periode dat de belanghebbende de tekortkoming niet herstelt.'

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel