Naar hoofdinhoud
1.. Voor het houden van een zitting als bedoeld in artikel 10 van deze verordening is vereist dat de meerderheid van de in een kamer zitting hebbende leden, onder wie in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is. 2.. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:13, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het horen worden opgedragen aan de voorzitter of diens plaatsvervanger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel