Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1: › Paragraaf Begripsbepalingen

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; de deelnemers: de aan deze regeling deelnemende colleges; college: het aan de regeling deelnemende college van burgemeester en wethouders van de gemeente of het deelnemende college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap; vertegenwoordigende organen: de verenigde vergaderingen van de waterschappen en de raden van de gemeenten; regeling: Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep; RBG: het openbaar lichaam Regionale Belasting Groep; algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de RBG; dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de RBG; voorzitter: de voorzitter van de RBG; directeur: de door het dagelijks bestuur benoemde directeur van de RBG; heffingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van de RBG, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onderdeel a, van de Waterschapswet, belast met de heffing van belastingen en als bedoeld in artikel 30, achtste lid, juncto artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken, juncto artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, belast met de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; invorderingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van de RBG, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onderdeel b, van de Waterschapswet, belast met de invordering van belastingen; ambtenaar van de RBG: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van de RBG, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel c, van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onderdeel c, van de Waterschapswet, belast met de heffing of invordering van belastingen en met de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; belastingdeurwaarder: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van de RBG, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel d, van de Gemeentewet en artikel 124, vijfde lid, onderdeel d, van de Waterschapswet, dan wel een als belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet; belastingen: de waterschapsbelastingen en de gemeentelijke belastingen; waterschapsbelastingen: de belastingen die de waterschappen heffen als bedoeld in artikel 113 van de Waterschapswet en hoofdstuk 7 van de Waterwet of krachtens specifieke wetten en waarvan de heffing en invordering zijn overgedragen aan de RBG; gemeentelijke belastingen: de belastingen die de gemeenten heffen op grond van hoofdstuk XV van de Gemeentewet of krachtens specifieke wetten en waarvan de heffing en invordering zijn overgedragen aan het bestuur van de RBG; belastingverordening: de verordening tot heffing en invordering van belastingen als bedoeld in artikel 110 van de Waterschapswet en artikel 216 van de Gemeentewet van de waterschappen en gemeenten; nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordening; kwijtscheldingsregels; de door of namens de vertegenwoordigende organen vastgestelde regels als bedoeld in artikel 144, derde en vierde lid, van de Waterschapswet en artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet; prestatiecontract: overeenkomst tussen de deelnemers en het dagelijks bestuur over de door de RBG te leveren prestaties; provincie: de provincie Zuid-Holland; gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie; gemeenten: de gemeenten Delft, Schiedam en Vlaardingen; waterschappen: het hoogheemraadschap van Delfland en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel