**1..** Het dagelijks bestuur is bevoegd tot:
het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;
het instellen van beroep in cassatie bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het gerechtshof als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
het procederen in kort geding en tot voeging in strafzaken als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering, tenzij het algemeen bestuur daaromtrent in voorkomende gevallen een beslissing heeft genomen;
het spoedshalve instellen van beroep of het maken van bezwaar, alsmede, voor zover de voorschriften dat toelaten, tot het verzoeken om schorsing van het aangevochten besluit of om voorlopige voorziening ter zake, indien ingevolge wettelijk voorschrift aan de RBG of aan het bestuur van de RBG hetzij een recht van beroep hetzij een recht bezwaar te maken toekomt. Het ingestelde beroep of het gemaakte bezwaar wordt ingetrokken indien het algemeen bestuur de beslissing van het dagelijks bestuur tot het instellen van beroep of het maken van bezwaar niet hetzij in zijn eerstvolgende vergadering, hetzij binnen drie maanden bekrachtigt;
uitoefenen van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken, zijn toegekend aan de Minister van Financiën, respectievelijk de colleges.
**2..** Het dagelijks bestuur is bevoegd tot benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en het personeel van de RBG.
**3..** Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het regelen van de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel met inachtneming van het bepaalde in artikel 30, vijfde lid, van deze regeling.
**4..** Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren van de RBG aan te wijzen als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar.
**5..** Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren van de RBG of een gerechtsdeurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet aan te wijzen als belastingdeurwaarder.
**6..** Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren aan te wijzen als ambtenaar van de RBG.
**7..** Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van instructies en uitvoeringsregels voor de heffingsambtenaar, voor de invorderingsambtenaar, voor de ambtenaar van de RBG en voor de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden.
**7a..** Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordening.
**8..** Het dagelijks bestuur is bevoegd de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar te verklaren.
**9..** Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het afhandelen van administratief beroep tegen afwijzingsbesluiten op verzoeken om kwijtschelding.
**10..** Het dagelijks bestuur is bevoegd om te besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten, binnen de kaders die de begroting daaraan stelt.
**11..** Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de RBG.
**12..** Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het doen van aangifte van alle strafbare feiten waarvan het kennis heeft genomen.
HOOFDSTUK 5: › Paragraaf Bevoegdheden
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep