**1..** Een deelnemer kan uittreden uit de regeling.
**2..** Voor de uittreding wordt een opzegtermijn van één jaar in acht genomen.
**3..** Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling te treden.
**4..** Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden maakt zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het algemeen bestuur en aan de colleges van de overige deelnemers.
**5..** Uittreding vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar.
**6..** Na ontvangst van de in het vierde lid vermelde kennisgeving wordt een, in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen, registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van het openbaar lichaam besloten. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
**7..** Nadat het liquidatieplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan het openbaar lichaam te voldoen.
**8..** De kosten van het in het zesde lid bedoelde plan komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
HOOFDSTUK 11: › Paragraaf Uittreding
Artikel 43
Artikel 43
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep