Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Ontheffingen

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB gemeente Arnhem

Wat betreft ontheffingen van de arbeidsplicht brengt de komst van de WWB een echte vernieuwing ten opzichte van het eerdere beleid tot stand. De kern van het nieuwe beleid zoals verwoord in het MJB, ligt rondom het verdwijnen van de oorspronkelijke “categoriale vrijstellingen”. Voortaan wordt per individu bezien of er belemmeringen zijn én of de werkzoekende hierin eventueel door middel van een voorziening kan worden tegemoetgekomen. In paragraaf 2.1 van deze toelichting is daar, onder de titel ‘Rechten en plichten’ al op ingegaan. Lid 4 van artikel 9 zegt dat het college het ontheffingenbeleid nader, in beleidsregels, vastlegt. Ook op dit onderdeel stelt de gemeenteraad echter eerst de kaders. Dit gebeurt in de eerste paragraaf van Deelthema 1 van het MJB, waarin het Arnhemse beleid op het gebied van de arbeidsplicht staat beschreven. Heel concreet worden daar de uitgangspunten voor de invulling van het begrip ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ genoemd. Ook het beleid bij ontheffing van de arbeidsplicht is in deze paragraaf te vinden (1.2). Daarbij wordt specifiek ingegaan op de voorwaarden en de termijnen die gesteld worden aan de ontheffing van de arbeidsplicht voor, onder anderen, alleenstaande ouders en oudere bijstandsgerechtigden. Het uitgangspunt is dat alleenstaande ouders ook de plicht krijgen om via betaald werk in het eigen levensonderhoud te voorzien. De arbeidstoeleiding van de alleenstaande ouder kent een aantal aspecten die de gemeente bij haar oordeel over de belastbaarheid en mogelijke weg naar arbeidstoeleiding dient te bespreken. Het is aan de gemeente om in individuele gevallen te bepalen in welke mate zij deze aspecten leidend laat zijn in haar keuze.

Rechtspraak bij dit artikel