De verlaging bedraagt bij gedragingen als bedoeld in artikel 10:
25 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerstecategorie;
50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweedecategorie;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derdecategorie.
De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij deverlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfdecategorie als genoemd in artikel 10. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordtgelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel6, derde lid.
Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbijtoepassing is gegeven aan het tweede lid, wederom schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde categorie als genoemd in artikel 10, wordt een verlaging opgelegd waarbijde hoogte en de duur nader wordt bepaald met inachtneming van artikel 2, tweede lid enartikel 7, vierde lid.
HOOFDSTUK 3
Artikel 11
– De hoogte en de duur van de verlaging
Onderdeel van AFSTEMMINGSVERORDENING PARTICIPATIEWET CAPELLE AAN DEN IJSSEL 2015