De belanghebbende aan wie de tegenprestatie wordt opgelegd krijgt de gelegenheid binnen twintig werkdagen zelf een tegenprestatieplek te zoeken. Wanneer de belanghebbende niet binnen twintig werkdagen zelf een tegenprestatieplaats heeft weten te verkrijgen, dan zal, in samenspraak met de belanghebbende, door het college een tegenprestatie worden opgelegd.
Artikel 3.
Verkrijgen van een tegenprestatie
Onderdeel van Beleidsregels tegenprestatie Uithoorn 2015