Mocht de bijstandsgerechtigde reeds vrijwilligerswerk verrichten, dan kunnen die worden beschouwd als activiteiten in het kader van de tegenprestatie. Bij de beoordeling van de vraag of deze activiteiten als tegenprestatie kunnen worden beschouwd, worden de omvang van het reeds bestaande vrijwilligerswerk en de omstandigheden en mogelijkheden van de bijstandsgerechtigde in overwegen genomen. Het uitgangspunt is dat de omvang van het bestaande vrijwilligerswerk minimaal 8 uur per week moet zijn, om als tegenprestatie aangemerkt te worden.